Een derde van de bestuurders van waterschappen in de regio Rotterdam verzwijgt advieswerk of andere bijbanen, wat kan leiden tot belangenverstrengeling. Dat blijkt uit onderzoek van Vers Beton, OPEN Rotterdam en onderzoekscollectief Spit.

Belangenverstrengeling bij Waterschapsbestuurders: een op de drie vermeldde dubbele pet niet

Geen excuses denkbaar

Vers Beton vroeg aan de bestuurders van de drie Rotterdamse waterschappen ook waarom zij niet alle bijbanen opgaven. Vaak kregen we dezelfde reactie terug: “Dank voor het doorgeven, ik pas het aan”. Zo vergat bijvoorbeeld Ko Heijboer – die namens de partij AWP in het Algemeen Bestuur zit van het waterschap Hollandse Delta – om zijn baan bij de Port of Rotterdam te vermelden. “Een omissie”, volgens hem, die hij zou aanpassen.

Maar voor zo’n foutje zijn “geen excuses denkbaar”, zegt Muel Kaptein, hoogleraar bedrijfsethiek en integriteit aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. “Als de lijst met nevenfuncties niet compleet is, roept dit vragen op en leidt het tot verdenkingen.” Dat is volgens Kaptein extra kwalijk omdat de samenleving veel vertrouwen en geld – in de vorm van waterschapsbelasting – toevertrouwt aan de waterschappen. “Even een gemaal erbij kost al snel miljoenen.”

Eigen adviesbureau

Andere bestuurders die Vers Beton benaderde, gaven functies niet door omdat ze vonden dat er geen sprake is van conflicterende belangen. Zoals Cok Sas, die namens de Partij van de Arbeid in het bestuur van Hollandse Delta zit. Hij heeft daarnaast een eigen adviesbureau en was toezichthouder bij de MerwedeLingeLijn, de treindienst tussen Geldermalsen en Dordrecht. Met dat laatste zegt hij inmiddels te zijn gestopt. Bij zijn overige nevenfuncties – in besturen van een zorginstelling, woningbouwcorporatie en laboratorium – ziet hij geen gevaar van belangenverstrengeling.

En zo zijn opvallend veel bestuurders naast hun (parttime) bestuursfunctie bij een waterschap, adviseur op het gebied van water, natuurbeheer of milieu, vaak in opdracht van de overheid. Volgens Muel Kaptein is de zakelijke betrokkenheid bij grond, duurzaamheid of landbouwbeheer “in beginsel goed”. Zo zijn waterschappen verzekerd van “mensen met kennis en passie”.

Maar problematisch is dat het vaak niet duidelijk is om wat voor soort opdrachten het gaat. Uit de data blijkt bijvoorbeeld dat bestuurder Aart de Zeeuw (Schieland en de Krimpenerwaard), diverse betaalde en onbetaalde nevenfuncties vervult in beleid en advies over waterbeheer en landbouw. Ook bestuurder Jessie van Heemskerk van hetzelfde waterschap heeft een adviesfunctie op het gebied van milieu. Maar die zijn volgens haar niet gerelateerd aan het werk dat zij doet als waterschapsbestuurder. “Inhoudelijk is mijn werk op gebied van duurzaamheid, circulariteit en water van een andere aard”, reageert Van Heemskerk.

Ongeacht of het advieswerk gerelateerd is aan het werk als bestuurder, door niet transparant te zijn wekken bestuurders de indruk dat ze iets te verbergen hebben, zegt Kaptein “Daarom is het juist belangrijk dat je daar heel zuiver over bent.” Bovendien is transparantie ook een voorwaarde voor controle. “Iemand moet akkoord geven voor nevenfuncties.” De Dijkgraaf, de burgemeester van de waterschappen moet toezien op actualiteit en verenigbaarheid van de functies, vindt de Rotterdamse hoogleraar integriteit. Maar in de praktijk gebeurt dit niet altijd.

Geschiedenis van verstrikte belangen

Dat belangen zo verstrikt zijn bij waterschappen, heeft een lange geschiedenis. Pas sinds 2008 wordt een deel van de zetels democratisch gekozen, en pas sinds 2014 valt het bestuursorgaan onder de kieswet. Daardoor is nu nog altijd ongeveer 30 procent (dit verschilt per provincie) van de zetels bezet door boeren, bedrijven en natuurbeheerders. Zij zouden het meeste belang hebben bij zaken als het op peil houden van het grondwater en het zuiveren van water. Ze worden voorgedragen door KvK, natuurorganisaties en boerenorganisaties. Deze geborgde zetels staan echter ter discussie: onder meer GroenLinks en D66 willen van deze “ondemocratische lobbyplekken” af. Begin oktober werd bekend dat na de aanstaande verkiezingen van 2023 het aantal geborgde zetels in alle waterschappen in Zuid-Holland van negen naar zeven gaat.

Zowel bestuurders met een geborgde zetel als rechtstreeks verkozen mensen hadden bijbanen niet gemeld. Volgens hoogleraar Kaptein zouden waterschappen een vaste handelswijze moeten hebben bij nevenfuncties. “Een goede praktijk binnen veel overheidsinstellingen en bedrijfsleven is dat, voordat je een nevenfunctie aanvaardt, je daarvoor toestemming vraagt bij je leidinggevende. Dan gaat het systeem in en wordt het bekrachtigd. Ook zou je periodiek, zeg één keer per jaar, een overzicht van alle nevenfuncties moeten vragen en controleren of het klopt wat er staat.”

No go-area

Volgens Kaptein zijn er drie typen nevenfuncties die een waterschapsbestuurder zou moeten vermijden. Werkzaam zijn voor een organisatie die de waterschappen controleert, zoals de provincie, of door hen wordt gecontroleerd, is daar één van. “Ook als je niet direct zelf de controleur bent”. Zaken doen met je eigen waterschap is een tweede no go-area. Als derde noemt hij het adviseur zijn bij een ander waterschap.

In de Rotterdamse data troffen we twee voorbeelden aan van deze laatste categorie, bij waterschap Delfland. De al eerder genoemde bestuurder Hans Middendorp (verkozen bij partij AWP Delfland) is tevens adviseur Waterkwaliteit bij Hollandse Delta. Hij geeft aan Vers Beton aan dat hij dit alsnog zal melden. Ook bestuurder Hans Schouffoer (namens natuurorganisaties in het bestuur) meldt op zijn LinkedIn-pagina dat hij adviseur is bij een ander waterschap: hij adviseert over energietransitie bij het waterschap Hollandse Delta.

Onderzoeker Kim van Keken bij Spit noemt het de meest zorgwekkende vorm van belangenverstrengeling, als bestuurders tegelijkertijd voor de provincie werken, omdat die organisatie de waterschappen (financieel) controleert. Landelijk is dit bij 35 mensen het geval, vertelt ze in de podcast van De Groene Amsterdammer. Dergelijke adviesfuncties zijn niet verboden, zolang de bestuurders geen controlerende of toezichthoudende taak hebben.

De enige in de Rotterdamse lijst met een link naar de provincie is Hans Schouffoer (Delfland). Hij is adviseur bij de provincie Zuid-Holland, alleen: niet over financiën maar voor cultuur. Aan Vers Beton geeft Schouffoer aan dat hij nooit een functie zou aannemen die verband houdt met de controlerende en toezichthoudende functie van de provincie, “noch in functies waarin ik als provinciaal medewerker functioneel contact zou hebben met het waterschap.”

Schouffoer geeft aan dat zowel zijn opdrachtgevers als het waterschap inmiddels op de hoogte zijn van zijn nevenfuncties. Hij zegt verder als zelfstandig adviseur eenmaal voor een waterschap te hebben gewerkt. Vaker was dit “voor gemeenten en andere organisaties en nooit voor gemeenten in het beheergebied van het waterschap waarvan ik bestuurslid was.”

In de luwte

Desondanks is scherp zijn op belangenverstrengeling bij de waterschappen extra belangrijk, zegt Kaptein, omdat deze bestuurders “opereren in de luwte”. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de Politieke Integriteitsindex, het overzicht van de politieke schandalen van het afgelopen jaar, waarvan de Rotterdamse hoogleraar een van de opstellers is. De waterschappen worden in deze integriteitsindex niet opgenomen, volgens Kaptein omdat deze bestuurslaag “niet wordt bemenst door politici”.

Waterschappen staan ver van kiezers en media af, constateert de hoogleraar. Er is daarmee weinig democratische controle. “Tegelijkertijd gaat er in deze bestuurslaag veel geld om. Geld dat bij burgers wordt opgehaald. Juist omdat je veel relaties hebt die door elkaar lopen, is melden cruciaal.”

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met onderzoekscollectief Spit, De Groene Amsterdammer, Argos en diverse lokale media. Het project is mede mogelijk gemaakt door de Stichting Democratie en Media, Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en de supporters van Vers Beton.

Dit onderzoek verscheen ook bij Vers Beton.