Het medisch tuchtcollege legt steeds zwaardere maatregelen op aan artsen. Critici noemen het systeem achterhaald.
Het medisch tuchtcollege legt steeds zwaardere maatregelen op aan artsen
Artsen zijn vooral bang
In plaats van te leren van de uitspraken van het tuchtcollege zijn artsen nu vooral bang. Artsenfederatie KNMG en de huisartsenvereniging LHV luidden in mei de noodklok over het functioneren van het tuchtcollege. Eind vorig jaar startten bezorgde artsen een petitie die pleit voor herziening van het tuchtrecht. De petitie is inmiddels vierduizend keer getekend.
Aanleiding voor de onrust is een aantal uitspraken van het tuchtcollege uit 2021. Een Eindhovense zaak van een huisarts leidde bijvoorbeeld tot veel zorgen bij artsen. Die huisarts probeerde vergeefs een patiënt in hoge psychische nood door te verwijzen naar de ggz, maar de patiënt kon daar vanwege capaciteitsproblemen niet terecht. De patiënt pleegde suïcide en de arts kreeg een berisping.
Het systeem is achterhaald, klinkt het onder artsen en juristen. Het is in het tuchtrecht alleen mogelijk een individu aan te klagen, terwijl de zorg tegenwoordig steeds meer in teams en ketens is georganiseerd.
‘Het systeem is niet ideaal’
Patiënten klagen in ruim een derde van de gevallen meerdere artsen tegelijk aan, blijkt uit de analyse van onderzoekscollectief Spit van 285 tuchtzaken uit 2021. Die artsen krijgen bij het tuchtcollege allemaal een aparte zaak. Dat levert in de meeste gevallen nauwelijks iets op voor de patiënt: in 74 procent van de gevallen waarin meerdere zorgverleners werden aangeklaagd, oordeelde het tuchtcollege dat de klacht ongegrond was. In een ‘gewone’ zaak is dit aandeel significant minder, namelijk iets minder dan de helft.
“Het is voor patiënten lang niet altijd duidelijk tegen wie ze hun klacht moeten richten. Ze hebben vaak te maken met een heel team”, zegt Charlotte de Jong-Poulissen, die als onafhankelijk tuchtklachtfunctionaris klagers helpt hun klachten te formuleren. “Bij een ziekenhuisopname komt iedere dag een andere zaalarts langs, er is ook nog een specialist betrokken, een supervisor en verpleegkundigen. Wie is waarvoor verantwoordelijk? Dat is voor de patiënt vaak onduidelijk, en ook voor ons.”
Het tuchtcollege zegt zich niet te herkennen in een verharding en kan er daarom ook geen verklaring voor geven. Wel geeft het toe dat het systeem ‘niet ideaal’ is. “Maar niemand is er nog in geslaagd een werkbaar alternatief te bedenken”, zegt Nicolien Verkleij, rechter en voorzitter van het regionaal tuchtcollege Amsterdam. “Het hoort er gewoon bij. Het is ook een kwestie van volwassenheid, je bent nu eenmaal dokter: noblesse oblige.”
Dit artikel verscheen ook in Trouw.