De nieuwe Omgevingswet is daar en Spit probeerde een vergunning voor een fietsschuurtje aan te vragen. Een tocht door een formulierendoolhof stelde teleur. Critici voorzien al langer grote problemen. ‘De verliezers zijn de burgers.’
Het langverwachte Omgevingsloket is open en belooft kafkaëske toestanden
Geen varkensstallen in de gemeente
‘Dat is het advies dat bijna iedereen krijgt,’ reageert Eerste Kamerlid Saskia Kluit als we haar onze queeste in het Omgevingsloket voorleggen. De senator van GroenLinks-PvdA deed zelf ook
Plannen die niet in het omgevingsplan passen, kunnen een ‘buitenplanse’ vergunning krijgen. Onder de oude wet ging de gemeenteraad daarover. Alleen bij ‘kruimelgevallen’, zoals een dakkapel, mocht het gemeentebestuur zelf een beslissing nemen. Maar onder de Omgevingswet is het precies andersom, legt Kluit uit. Het college van b en w besluit over die vergunningaanvragen, tenzij de gemeenteraad in een ‘participatieparagraaf’ een bindend adviesrecht of verplichte burgerparticipatie opeist. ‘Maar bij de laatste check hadden nog maar 38 gemeenten zo’n paragraaf opgesteld,’ zegt Kluit. ‘Dat leidt er straks toe dat allerlei grote projecten die omwonenden niet zien zitten, toch doorgaan, en er niets meer tegen te doen is. Dat is dramatisch voor het aangezicht van de overheid. Burgers vragen zich straks af: wie gaat hier eigenlijk over?’ En dat terwijl burgerparticipatie nu juist een belangrijke rol heeft in de Omgevingswet. Vanuit het idee dat plannen beter worden als ook de kennis uit de samenleving wordt gebruikt en rekening wordt gehouden met de wensen en behoeften van omwonenden, is participatie door de initiatiefnemer verplicht. Maar die inspraakprocedures zijn volledig vormvrij gelaten. Duwt een projectontwikkelaar wat folders door de brievenbus bij omwonenden, dan kan dat ook voldoende zijn. In een recent rapport waarschuwt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid dat minder mondige groepen de verliezers zullen zijn van dit laissez-faire participatiebeleid. ‘De Omgevingswet gaat het voor bedrijven en ontwikkelaars makkelijker maken,’ ziet Kluit. ‘Maar het sentiment in de samenleving is juist heel behoudend – zie de verkiezingsuitslag. Ik denk dat de Omgevingswet gaat botsen met wat mensen van de overheid verwachten.’ De bedoeling is dat alle regels in een digitaal stelsel te vinden zijn voor burgers en bedrijven die iets willen bouwen of ondernemen. Gemeenten moeten hun omgevingsplannen in dat systeem kunnen wijzigen. Dat loopt nog altijd niet vlekkeloos. ‘Het systeem is te complex, en het is nog niet af,’ zegt Lieuwe Koopmans. Hij werkte als ICT’er jarenlang aan de lokale software die gemeenten gaan gebruiken en bodemnormen moeten handmatig ingevoerd worden omdat de ICT nog niet op orde is. Totale chaos verwacht ICT’er Koopmans de komende tijd niet. Als voorbeeld van te grote complexiteit noemt Koopmans natuurbescherming. Die taak ligt bij de provincies en loopt nu via een geautomatiseerd systeem. ‘Komt er een nieuw bestemmingsplan, dan controleert de software of dat binnen het natuurnetwerk ligt en gaat er een signaal naar een medewerker. Dat systeem werkt goed. Maar het nieuwe digitale stelsel is zo complex dat je het niet meer kunt automatiseren. Dat gaat dus leiden tot meer werkdruk. En de kans wordt groter dat er plannen tussendoor glippen die strijdig zijn met natuurbescherming.’ Totale chaos verwacht Koopmans de komende tijd niet. Wel veel stroperigheid en vertraging bij bouwplannen. ‘Gemeenten weten dat het systeem nog niet werkt en bereiden zich voor. Ze kunnen er voorlopig omheen werken door omgevingsplannen te wijzigen via de oude software. Juridisch vormen ze dan één plan met het omgevingsplan, maar fysiek niet. Daarmee wordt het nog ingewikkelder, en doe je het voordeel van de invoering van de Omgevingswet, die alles eenvoudiger en beter zou maken, teniet, zegt Koopmans. Hij verwacht lange procedures bij de toch al overbelaste bestuursrechter. Niet voor niets was ook de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State kritisch op de invoering van de Omgevingswet. Maart vorig jaar
De wet is onleesbaar, vindt ook wetgevingsjurist Henk Gierveld, toegevoegd onderzoeker aan de Universiteit Utrecht en ambtenaar bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. ‘Je kunt in het digitale systeem wel doorklikken naar artikelen in de Omgevingswet, maar niet naar artikelen in de vier bijbehorende algemene maatregelen van bestuur, of de Omgevingsregeling. Als je relevante bepalingen voor een besluit bij elkaar wilt zoeken, moet je duizenden artikelen nalopen om te kijken of daar niet iets in staat over jouw vergunning.’ Zowel het digitale stelsel als de wet zelf zijn te complex ontworpen, zegt Gierveld. Over de Omgevingswet is weleens gezegd dat het net de zeven delen van Harry Potter zijn, uit elkaar getrokken en op alfabetische volgorde opnieuw ingebonden in één boek. ‘Je zult zien dat er straks weer nieuwe, specifieke regels komen naast de Omgevingswet, omdat één algemene wet toch niet geschikt blijkt voor specifieke situaties.’ Bij het ministerie van BZK zijn kritische tegengeluiden niet welkom. Gierveld noemt het opmerkelijk dat zelfs de hoogste bestuursrechter het nodig vond om de publiciteit te zoeken en te waarschuwen voor de gevolgen voor de rechtsbescherming van burgers als de Omgevingswet wordt ingevoerd. ‘De minister heeft blijkbaar niet in de gaten welk signaal de Raad van State daarmee afgeeft.’ In een reactie zegt een voorlichter dat de Raad van State zijn zorgen heeft geuit in het wetgevingsproces, maar dat ‘de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 een gegeven (is), ook voor de Afdeling bestuursrechtspraak.’ ‘De Omgevingswet is een grote stelselherziening van het omgevingsrecht, maar de Afdeling bestuursrechtspraak heeft zich daar op voorbereid en is er klaar voor.’ Gierveld, Kluit en Koopmans zijn alle drie uitgesproken kritisch op de Omgevingswet. Dat werd ze niet in dank afgenomen. Gierveld werd vanuit het ministerie van BZK onder druk gezet om te stoppen met zijn ‘hetze’ tegen de Omgevingswet. Het IT-bedrijf waar Koopmans voor werkte, werd meermaals onder druk gezet. Ook Kluit kreeg geregeld opmerkingen over haar kritische instelling. Onder meer Binnenlands Bestuur beschreef hoe critici van de Omgevingswet door het ministerie werden geïntimideerd. ‘Autocratisch denken’ noemt Kluit het. Waarbij kritische tegengeluiden niet welkom zijn. ‘In 2010 zijn ambtenaren aan de slag gegaan met de wet,’ zegt wetgevingsjurist Gierveld. ‘Veertien jaar hebben ze in alle stilte zitten werken aan een monstrum. Dat er al zo veel tijd en energie in zit, lijkt nu het voornaamste argument om de Omgevingswet ondanks alle problemen toch in te voeren.’ Een weg terug is er niet meer, zegt Kluit. ‘Dan zou je weer zeventig wetten door het parlement moeten halen. Dat gaat niet gebeuren. Er is geen plan B. Met haperende techniek lopen we nu het moeras in.’Zie de verkiezingsuitslag
Vrees bij de Raad van State
Zelfs de hoogste bestuursrechter
‘Hetze’tegen de Omgevingswet