Van de regen in de drab

Zandwinputten langs de grote rivieren worden omgetoverd tot nieuwe natuur met uit België en Duitsland geïmporteerde grond: verondieping. De grond- en baggerbranche verdient er goed aan. Maar de grond is vervuild.

Van de regen in de drab

13 februari 2019

Baggeraars in het buitenland

Aanvankelijk is het liberale bodembeleid een win-win-winsituatie: de baggeraars verdienen geld met het wegwerken van grond die men elders kwijt wil. De eigenaren van oude zandwinputten – zoals Staatsbosbeheer of de gemeente – krijgen ‘nieuwe natuur’. En Rijkswaterstaat kan het slib kwijt dat vrijkomt bij het uitbaggeren van rivieren, havens en sluizencomplexen, en bij het vergraven van de uiterwaarden in het kader van het project ‘Ruimte voor de rivier’.

‘In Zwitserland zou geen ecoloog het bedenken om vervuilde grond in meren te dumpen’

Maar in 2014 blijkt de bagger op. Er zijn zoveel verondiepingsprojecten opgezet (in 2014 zijn het er 71) dat er te weinig bagger uit de Nederlandse rivieren voorhanden is om al die natuurprojecten netjes en op tijd af te werken, staat in een rapport in opdracht van Rijkswaterstaat. De oplossing vinden de baggeraars in het buitenland. Uit cijfers van Rijkswaterstaat blijkt dat de hoeveelheid geïmporteerde slib steeg van 35.000 kuub in 2010 naar anderhalf miljoen kuub in 2017. Ook de invoer van lichtvervuilde grond bestemd voor nuttige toepassing in Nederland is gigantisch gestegen. In 2010 was het 33.000 ton. In 2016 was het meer dan 27 keer zoveel: 920.000 ton.

De herkomst blijkt uit beschikkingen die de Inspectie Leefomgeving en Transport afgeeft. Grondhandelaar BraBoB B.V. krijgt bijvoorbeeld op 9 maart 2017 toestemming om verdeeld over honderd transporten tweehonderdduizend ton grond ‘afkomstig van afgravingen van grond bij weg-, riool-, bouwwerkzaamheden, tuinbouw en groenvoorziening’ uit Duitsland in te voeren voor het project Over de Maas bij Alphen. En op 21 augustus 2017 150.000 ton ‘verontreinigde grond afkomstig van Grondrecyclage De Kempen in Grobbendonk’. Van dit soort beschikkingen zijn er honderden te vinden in de database van de Inspectie. Volgens Nederzand is import juist heel efficiënt, omdat het bedrijf ook zand verkoopt in België en dan niet met lege schepen hoeft terug te varen. ‘België ligt hier dichterbij dan Noord-Holland’, zegt directeur Van der Linde. ‘We moeten dit project binnen drie jaar afronden en we zijn volgens de vergunning die we kregen voor zandwinning verplicht om het gat gedeeltelijk weer op te vullen. Dat lukt niet alleen met materiaal uit Nederland. We moeten dus wel importeren.’

Bodemvreemd piepschuim en plastic

Maar is het eigenlijk wel nodig om plassen ondieper te maken? Wordt de natuur daar echt beter van? Volgens omwonenden van de andere plas in Dreumel niet. ‘Er wordt gezegd dat dankzij verondieping de bever en de kamsalamander terugkeren. Maar die dieren zitten hier al’, zegt Gert-Jan van Engelen van het burgercollectief in Dreumel. Uit een inventarisatie van het collectief in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en de Radboud Universiteit, blijkt dat er tientallen zeldzame zoogdieren, amfibieën, vogels en vissen rond de plas zitten, zoals de das, de rivierprik, de tapuit en de visdief. Ook Fons Smolders, aquatisch ecoloog aan de Radboud Universiteit Nijmegen, is sceptisch. ‘Eigenlijk geldt: hoe dieper de plas, hoe beter de waterkwaliteit. Juist door de diepte zakken voedingsstoffen naar de bodem, en hebben diepe plassen veel minder snel problemen met blauwalg. Bovendien zijn er juist ook vissoorten die baat hebben bij de diepte.’

Bron: Wikimedia Commons

Groene soep

Joop Harmsen van Wageningen University schrikt zich rot als hij de stapel importbeschikkingen doorbladert. ‘Bagger uit het kanaal Gent-Terneuzen, uit Duisburg, allemaal niet de beste kwaliteit.’ Harmsen was als wetenschapper betrokken bij de totstandkoming van het vrijere slibstortbeleid dat verondieping vanaf 2008 mogelijk maakte. ‘Dat was bedoeld voor lokaal beschikbaar komende grond en bagger waarvoor een nuttige bestemming werd gezocht. En voor slib uit het Nederlandse rivierengebied. Daar kan niet zo veel mee misgaan, het is dezelfde soort bodem. Maar grootschalige import was nooit de bedoeling.’ Het is ook in strijd met het standstillprincipe, legt Harmsen uit. ‘Schuiven met grond mag, maar het milieu in het gebied moet er niet op achteruitgaan en bij voorkeur op vooruit. Maar nu exporteren we schoon, hoogwaardig materiaal dat uitstekend geschikt is als basis voor een natuurgebied, en we importeren risicovol vervuild materiaal.’

Er kunnen goede redenen zijn om een plas wel ondieper te maken, zegt Harmsen. Bijvoorbeeld als de oevers instabiel zijn. Maar gebruik je grond uit het buitenland alleen om nieuwe natuur te creëren, dan neem je risico’s. ‘Buitenlandse grond kan bijvoorbeeld meer kalk bevatten. Je weet niet hoe dat reageert met het water in Nederlandse plassen. Grond met veel voedingsstoffen geeft veel meer algengroei. In plaats van natuur creëer je dan groene soep.’

Volgens de oude maatstaven

In het laboratorium van Deltares, op de derde verdieping van een kantoor op de Utrechtse universiteitscampus, staan vijf potten met zulke ‘groene soep’. De doorzichtige cilinders zijn gevuld met water en grond. Op een sticker staat de naam van de ‘verondiepte’ plas waar het water en bodem vandaan komen. Een paar potten zijn vrij helder, andere zijn gevuld met roodbruine of geelgroene drab. De cilinders bevatten een gepatenteerd systeem dat heel precies meet wat de effecten op de bodem zijn.

‘We zien welke chemische processen zich voltrekken wanneer bepaalde stoffen gebruikt worden bij verondieping’, legt milieuchemicus Jos Vink van Deltares uit. Jarenlang deed hij onderzoek, de resultaten liggen inmiddels bij de staatssecretaris en zijn conclusies zijn niet mals. ‘Onderzoek liet zien dat de eisen strenger moeten’, zegt Vink. Hij wijst op de cilinder met het troebelste water. ‘Volgens de oude maatstaven voldeed de grond die hier gestort is aan de eisen voor zware metalen. Toch blijkt er nu te veel arseen in de bodem te zitten. Dat wil je niet, omdat die diepe putten ook in contact staan met het grondwater.’

Als het aan Vink ligt, moet er een nieuwe test komen om te beoordelen of grond wel schoon genoeg is. Jarenlang hamerden hij en zijn collega’s op de risico’s van verondiepen met vuile grond. ‘Nu gaat de staatssecretaris met ons onderzoek de wetgeving aanpassen.’

Niet duurzaam, niet doelmatig

Op 15 november 2012 zet het hoofd van de Polizia Provinciale in Bari een streep door de milieuvergunning van een steengroeve in de Zuid-Italiaanse provincie. Mijnbouwbedrijf Edilizia Mastrodonato wil gaten en spleten in de groeve vullen met afval, zoals restproducten uit de staalindustrie, steen-, kalk- en betonafval. Een nuttige toepassing volgens het bedrijf, want het was onderdeel van een milieuherstelplan. Maar de provinciale politie heeft haar twijfels. Na een reeks rechtszaken vraagt de Italiaanse Raad van State advies aan het Europees Hof van Justitie. Hoe zit dat nou met die nuttige toepassing?

‘Wat we nu zien is dat er onder het mom van natuur­herstel dubbel wordt verdiend’

Advocaat en hoogleraar milieurecht Gerrit van der Veen bestudeerde op verzoek van verontruste burgers uit Culemborg, waar ook slibstortplannen zijn, de uitspraak uit 2016. ‘Het Hof heeft twee voorwaarden om te kunnen spreken van nuttige toepassing’, zegt hij. ‘Ten eerste dat de steengroeve ook zou zijn opgevuld als er géén afval beschikbaar was, maar de eigenaar geld had moeten betalen voor nieuwe, primaire bouwstoffen als vulling. Als er eigenlijk vooral een verdienmodel zit in het wegwerken van afval, is dat een sterke aanwijzing dat er geen sprake is van nuttige toepassing. Ten tweede moet de afvalstof naar de nieuwste wetenschappelijke inzichten wel geschikt zijn voor het opvullen van die spleten.’ Van der Veen ziet duidelijke parallellen met het volstorten van de zandwinputten langs Nederlandse rivieren. ‘Zouden die ook worden verondiept als het geld kost in plaats van oplevert?’

‘Natuurlijk niet’, reageert Herman van der Linde van Nederzand. ‘Dat zou niet duurzaam en niet doelmatig zijn. Want dan zou je elders weer gaten moeten graven. Maar er komt nu eenmaal ook grond en bagger vrij die niet geschikt is als bouwmateriaal. Daar moet je ook een oplossing voor hebben. Die gebruiken we dus hier.’

Ruzie tussen ondernemer, bewoners en bestuur

Een stoet van vijftig vogelaars , wandel- en watersportliefhebbers en bezorgde burgers loopt op een warme nazomerdag door de uiterwaarden langs de Lek bij Culemborg. Insecten zoemen boven het stoffige pad. Vanuit een oude boom klinkt het gelach van een groene specht. Je kunt in de Redichemse Waard bevers, salamanders en lepelaars spotten. Er groeien lisdodden, gele lissen en zeldzaam fakkelgras.

Het zandpad slingert tussen de meidoorns richting een plas die is ontstaan door zandwinning in de jaren vijftig, zestig en zeventig. Een half ingestorte betonnen aanlegsteiger herinnert aan de tijd dat de zandzuigers het metsel- en ophoogzand naar boven haalden. De plas wordt gebruikt door roeiers, zwemmers, zeilers en vissers. Maar een baggerbedrijf en een lokale ondernemer, wiens vader en opa in het verleden al eens werden veroordeeld omdat ze vervuild spoorgrind in de plas hadden gedumpt, willen de oude zandwinput ‘verondiepen’ met vervuilde grond, afkomstig van graafwerkzaamheden aan metrotunnels onder Parijs.

Recreanten vrezen dat de waterkwaliteit dan achteruitgaat en het gedaan is met zwemmen, roeien en kanoën. Ook in Culemborg wordt daarom luid geprotesteerd tegen de verondiepingsplannen.

Bron: Wikimedia Commons

Dubbel verdienen

Eind vorig jaar stuurde staatssecretaris Van Veldhoven een brief naar de Tweede Kamer waarin ze schrijft dat ze zorgen heeft over het gebruik van grond en bagger bij het verondiepen van zandwinputten. Maar ook dat zolang ‘de kwaliteit van de geïmporteerde grond voldoet aan de in Nederland gestelde eisen op grond van de Europese regelgeving geen beperking kan worden gesteld aan de import’. Maar er valt wel ‘een verbeterslag te realiseren’. ‘Ik wil dit gezamenlijk met alle betrokken partijen oppakken.’ Zo komt er onder meer een onderzoek naar de ecologie van de diepe plassen, zodat beter beoordeeld kan worden of verondieping wel echt zorgt voor natuurverbetering.

De Tweede Kamer kijkt kritisch mee. ‘Wat we nu zien is dat er onder het mom van natuurherstel dubbel wordt verdiend’, zegt Suzanne Kröger, Kamerlid voor GroenLinks. ‘Een diep kaal gat ondieper maken kan soms echt een verrijking zijn. En we moeten ook ergens heen met baggerslib. Maar vervuilde grond in een natuurgebied storten is echt iets anders. We moeten een betere definitie hebben van wat er wel en niet in mag zitten. Hier en daar een oude baksteen is prima, maar containers vol buitenlands bouwafval is natuurlijk niet de bedoeling.’

Dit onderzoek verscheen eerder bij De Groene Amsterdammer.

Vind je dit een goed onderzoek?

Steun ons dan!

Wij werken effectief; er is geen directie of duur kantoorpand. Ondanks dat blijft onderzoeksjournalistiek kostbaar. Research kan maanden in beslag nemen en dan nog is het eindresultaat onzeker. Wij kunnen jouw financiële bijdrage (klein of groot) dus goed gebruiken.

Doneer via deze link